dh
 
(Advertentie)
(Advertentie)
VOORSPELLEN: Voor je een tekst gaat lezen

Als je een tekst gaat lezen weet je soms al best veel van het onderwerp af. Het is makkelijker een tekst te lezen als je al nagedacht hebt over het onderwerp van de tekst.

Deze dingen moet je doen voor je een tekst gaat lezen:

 

  1. Lees de titel
    Wat zegt de titel over de tekst?
  2. Lees de tussenkopjes
    Als er tussenkopjes zijn, zeggen die vaak veel over de tekst die eronder staat.

  3. Lees de eerste (paar) en de laatste (paar) regels van de tekst.
    Aan het begin wordt meestal verteld waar het over gaat, aan het eind vind je vaak de conclusie. 

  4. Kijk naar dikgedrukte en schuingedrukte woorden in de tekst. 
    Woorden die zo gedrukt zijn dat ze opvallen zijn belangrijk in een tekst.

  5. Bekijk plaatjes of foto's en lees wat erbij staat.
    Een plaatje zegt soms meer dan duizend woorden... 

Begrijpend lezen opgedeeld in onderdelen die je kunt trainen.

 

Oriëntatie

tekst/titel/plaatjes, bedoeling (en evt. doelgroep) van de schrijver, voorspellen, waar komt de tekst vandaan

 

Informatie

zoekend lezen, precies lezen, woordenschat, informatie afleiden (context), algemene/eigen kennis, bronnen

 

Verwijzingen

 verwijswoorden herkennen en ontdekken waar ze naar verwijzen

 

Onderwerp

titel, kopjes, sleutelwoorden, thema, hoofdgedachte

 

Opbouw

signaalwoorden herkennen, structuren ontdekken, logisch redeneren, verbanden leggen, mindmap maken/samenvatten/ schematiseren

 

(indeling van leestrainer.nl)

(Advertentie)
(Advertentie)
(Advertentie)
uitleg: verwijswoorden gebruiken voor prettig lezen

 

Om te oefenen met verwijswoorden kun je dit doen (het wordt steeds een beetje moeilijker):

 

1. EERST MAAR EENS ANDERSOM: 

Maak een zijn die begint met Hij of Zij, bijvoorbeeld:

Hij gooit het propje naast de prullenbak.

Wie is die hij? Dat zal toch wel een jongen of een man zijn! Vervang 'hij' eens:

De jongen gooit het propje naast de prullenbak.

De 'Hij' uit de eerste zin verwijst naar 'de jongen' uit de tweede zin.

 

Opdracht 1:

Maak drie zinnen die beginnen met 'Hij' of 'Zij'.

Schrijf die zinnen nog eens en vervang dat woord door een persoon. 

 

2. NU IN DE GOEDE VOLGORDE:

In plaats van dat je met 'Hij' of 'Zij' begint, maak je een zin met een persoon erin, bijvoorbeeld:

De vriendin houdt van voetbal.

Nu kun je verwijzen naar 'de vriendin' door die woorden te vervangen door 'Zij':

Zij houdt van voetbal.

'Zij' verwijst nu naar 'Het meisje'.

 

Opdracht 2:

Maak drie zinnen die beginnen met een persoon (de jongen, het meisje, de vrouw, de man, de juf, de tandarts, de buurvrouw enzovoort).

Schrijf die zinnen nog eens, maar vervang je persoon door 'hij' of 'zij'.

Nu heb je zelf verwijswoorden gemaakt!

 

3. VERWIJZEN MET "HET"

Bij woorden waar je 'het' voor moet zetten, bijvoorbeeld 'het schip', 'het mes' of 'het bord', moet je niet 'hij' of 'zij' gebruiken om te verwijzen, maar 'het'. Kijk maar:

Het schip ligt in de haven

Het vertrekt morgen naar Engeland.

 

Opdracht 3:

Maak drie zinnen die beginnen met een 'het-woord'.

Schrijf die zinnnen nog eens, maar nu vervang je het 'het-woord' door (alleen) 'het'.